Verhalen - Yo soy un gringo fantástico


terug naar Verhalen

Yo soy un gringo fantástico
Gepubliceerd in de bundel De koffer in

‘Dit is ‘r,’ zei hij triomfantelijk. ‘Is ze niet mooi?’ Hij liet de foto van zijn vakantievriendinnetje rondgaan. Zijn vrienden knikten goedkeurend en sloegen hem op de schouder. ‘Zó, Arie, niet slecht!’ ‘Die Arie, die heeft het toch maar goed voor elkaar.’ ‘Een vriendinnetje in Spanje, dat doet maar.’ ‘En wat voor vriendinnetje. Had ik niet achter je gezocht, vriend. Petje af.’
               Er zat ongeloof en ironie in de opmerkingen, maar niemand zei op de man af dat Arie niet zo moest lullen. Dat ze heus wel zagen dat het een foto was van een willekeurig meisje op het strand, een meisje dat bovendien veel te mooi was voor Arie, veel te mooi voor ieder van hen, maar zeker voor Arie. Arie lariekoek noemden ze hem. Voorlopig deden ze alsof ze hem geloofden en bewonderend lieten ze zich uit over dat prachtige meisje dat daar zo sereen lag te zonnen.

*

Pieters vriendin lag zonder bovenstukje op het strand. Ze was zeker niet de enige, maar hij voelde zich er toch wat ongemakkelijk bij. Ergens diep in hem was hij een moslim die zijn vriendin het liefst gehuld zag in een burka die alleen uit ging met de deuren op slot en de gordijnen dicht. Het lichaam van zijn vriendin was alleen voor zíjn ogen bedoeld.
               Jaren geleden had ze hem al eens moeten beloven om na het sporten niet langer naar de sauna te gaan en hij had haar meer dan eens moeten verzoeken wat anders aan te trekken als ze weer eens een topje droeg dat meer vrijliet dan bedekte. Ze had exhibitionistische trekjes, dat wist hij inmiddels, maar hij had haar duidelijk gemaakt dat hij daar niet van was gediend.
               Maar nu, in een ver land waar ze niemand kenden, had hij er met tegenzin in toe moeten stemmen dat ze topless zonde. Naakt, zou hij liever zeggen, want haar broekje was zo klein dat het scheren van de bikinilijn betekende dat ze geen schaamhaar meer overhad. Als een centerfold in een bedrijfskantine lag ze naast hem.
               Hij had het moeilijk met al die starende mannen, het was of hij door elke blik een stukje van zijn vriendin kwijtraakte. Wat gebeurde, leek zelfs onomkeerbaar, ze zou nooit meer helemaal van hem zijn. De vakantie was een slecht idee geweest, in plaats van dichter tot elkaar te komen, raakten ze juist van elkaar verwijderd. Ze hadden beter naar IJsland kunnen gaan, daar had ze vast haar kleren aangehouden.
               Af en toe liet hij even een hand over haar borsten glijden om zich ervan te vergewissen dat zij nog steeds bij hem hoorde. Hij keek dan om zich heen met een mengeling van trots en boosheid, en probeerde op die manier, als een broedende vogel, zijn terrein af te bakenen.
               Hij kon zich natuurlijk niet al te beschermend opstellen, dat wist hij ook wel. Zij had ervoor gekozen om topless te zonnen op een openbare plek en dat betekende dat mensen móchten kijken. Het was net als bij drukke concerten. Als je in het publiek een duwtje kreeg, kon je daar niet moeilijk over doen, dan moest je maar ergens achterin gaan staan. Maar een duwtje is wat anders dan een duw. Sommige mensen misbruiken drukke plekken om iemand een ram te kunnen geven en zijn vriendin had meer dan eens een hand op haar billen gevoeld die daar niet toevallig terecht was gekomen. Op dezelfde manier was er een verschil tussen zacht kijken en hard kijken. Een zijdelingse blik was iets anders dan iemand van top tot teen bestuderen. Sommige jongens liepen rond op het strand met dezelfde blik als waarmee ze door Playboy zouden bladeren: op zoek naar mooie plaatjes, en als ze er eentje vonden dan bleven uitgebreid loeren.
               Maar wat er net was gebeurd, ging nog veel verder en Pieter zat nog steeds te stomen van woede. Een of andere dikzak, met zijn kleren nog aan en een strandtas om zijn schouders, had een fototoestel uit zijn broekzak gehaald en voor Pieter goed en wel in de gaten had wat er gebeurde, had hij de camera op zijn vriendin gericht.
               ‘Hé!’ had Pieter geroepen. Hij had op willen staan, maar zijn vriendin hield hem tegen.
               ‘Wat is er?’ vroeg ze.
               ‘Die eikel…’ Maar hij was al weg. ‘Niets,’ zei hij. Hij twijfelde of hij de jongen achterna moest rennen, maar het leek hem beter bij zijn vriendin te blijven.
               ‘Hier,’ zei hij. ‘Trek een T-shirt aan. Je verbrandt.’

*

Na vier jaar te hebben aangelummeld op de HEAO had Arie het idee opgevat dat zijn toekomst wellicht niet in de economie lag. Op de havo was het zijn beste vak geweest. Hij was geslaagd met een 7 die eigenlijk een 7,44 was en dus in zekere zin een 8. Omdat het zijn enige 8 was, was de keuze voor de HEAO snel gemaakt.
               Inmiddels wist hij dat zijn interesse in het vak vooral was opgewekt door de lerares, een prachtige brunette uit Spanje die ondanks haar middelbare leeftijd hét gespreksonderwerp was van de mannelijke scholieren. Nog nooit had Arie een les van haar gemist en hij probeerde op zijn minst elke week een intelligente vraag te stellen.
               Maar op de HEAO waren de meeste leraren mannen en al in de eerste maanden begon hij lessen over te slaan. Nu, na het vierde jaar, waren er nog steeds propedeusevakken die hij niet had gehaald. Hij móest zich dus wel bezinnen op een andere toekomst.
               Waar die toekomst precies lag, wist hij nog niet, maar hij hoopte daarachter te komen tijdens zijn verblijf in Sevilla waar hij een cursus Spaans ging volgen. Als hij eenmaal een andere taal sprak dan zouden zich vanzelf wel mogelijkheden voordoen, dacht hij, mogelijkheden die daarvoor verborgen waren geweest.
               De cursus Spaans was niet de enige reden voor zijn verblijf in Sevilla. Hij ging ook om mensen te ontmoeten, vrouwelijke mensen om precies te zijn. Op de HEAO waren er daar te weinig van en tot nu toe had hij bij geen van hen succes gehad. Hij weet dat grotendeels aan zijn uiterlijk. Hij was dik, had stug, rossig haar en begon zelfs al een beetje kaal te worden. Zijn ogen waren klein, net als zijn oren en zijn neus – hij had oogjes, oortjes en een neusje. In Spanje zou hij er natuurlijk niet anders uitzien, maar zoals een lelijke blondine in Italië alleen al vanwege haar haarkleur aandacht krijgt, zo zat er misschien ook wel iets in zijn uiterlijk dat juist in Spanje de aandacht zou trekken. Hij was lang (1.87m), zijn overgewicht zou door kunnen gaan voor ‘stevig gebouwd’ en tussen al die grove Spaanse trekken zou zijn gezicht misschien wel iets verfijnds hebben.
               Als hij eerlijk was, dan was de cursus eigenlijk maar bijzaak.

*

Eindelijk was ze even alleen. Ze voelde zich gespannen, omdat Pieter constant om haar heen hing. Hij leek haar borsten te zien als edelstenen die hij moest bewaken, bang dat iemand ermee vandoor zou gaan. Ze had nooit met hem op vakantie moeten gaan. Ze wilde zich vrij voelen, maar voelde zich juist beperkter dan ooit.
               Ze had het aanbod aan moeten nemen van Susie en Ingrid die nu vast flaneerden langs een boulevard in Italië. Ze had erbij kunnen zijn en nu met haar vriendinnen kunnen sjansen op een terrasje, Italiaanse mannen uitdagen… niet per se iets doen, het ging om het spel. Ze was nog nooit vreemd gegaan, en dat wilde ze eigenlijk ook niet, maar ze zou zo graag eens een keer bijna vreemdgaan.
               Ze had wel gezien dat iemand een foto van haar had gemaakt op het strand. Ze had zelfs haar borsten iets naar voren geduwd en haar buik gespannen. Als die jongen een foto van haar wilde hebben dan kon dat. Ze vond het zelfs wel een opwindend idee dat ze tussen de vakantiefoto’s zou zitten van iemand die ze niet kende. Ze stelde zich voor dat hij elke avond naar haar zou kijken, dat hij over haar zou dromen – ze zou een rol spelen in het leven van een onbekende man.
               Pieter was niet meer in haar geïnteresseerd, dat merkte ze overal aan. Ze kon zich nauwelijks herinneren wanneer hij voor het laatst met verlangen naar haar had gekeken. Hij zag al jaren niet meer wat die jongen op het strand had gezien. Wat Pieter zag, was een meisje dat door anderen mooi werd gevonden, dát wond hem op. Als zijn handen over haar lichaam gleden dan was dat niet uit bewondering voor haar, maar uit bewondering voor zichzelf; dit meisje was van hem, hij wilde dat iedereen dat zag. Pieter had de gewoonte naar zichzelf te kijken als ze het met elkaar deden en had zelfs een spiegel opgehangen aan het hoofdeinde van zijn bed. Zij had direct gevraagd deze weg te halen. Ze wilde dat hij naar háár keek als ze vreeën, daar had hij toch geen spiegel voor nodig?

*

In één oogopslag had hij haar herkend. Ze zat op een terras het Algemeen Dagblad te lezen. Ze zag er ontspannen uit, tevreden zelfs. Er speelde een lach rond haar lippen en haar ogen fonkelden alsof er iets in de krant stond wat haar bijzonder amuseerde. Iemand die ze altijd al had gehaat, had een ongeluk gehad, Balkenende was betrapt bij de hoeren, de Nobelprijs voor literatuur ging alweer niet naar Mulisch. Het was alsof ze niet echt mocht lachen, maar het ondanks zichzelf toch deed.
               Zij was het meisje dat hij twee dagen daarvoor op het strand had gezien en aan wie hij sindsdien constant had gedacht. Hij was op zoek geweest naar een vrije plek om te zonnen, maar zoals altijd zocht hij niet alleen naar een stukje zand, hij speurde ook naar mooie lichamen. Hij deed daarbij zijn best niet te opvallend te kijken. Zijn donkere zonnebril hielp hem daarbij, net als zijn iets gebogen houding, maar toen hij dít meisje zag liggen vergat hij zijn discretie en vóór hij wist wat hij deed, had hij zijn fototoestel al gepakt. Deze vrouw wilde hij vast leggen. Hij wilde een bewijs voor later; de perfecte vrouw bestond.
               Voor ze hem in de gaten kreeg klikte hij, waarna hij hard wegrende, opgejaagd door het ‘hé’ van haar vriend. Hij schaamde zich, maar kon tegelijkertijd niet wachten tot het rolletje was ontwikkeld en hij haar opnieuw kon bekijken – zonder haast dit keer, hij zou haar voor zichzelf hebben.
               Sinds hij had afgedrukt, zag hij haar overal. Het leek wel of hij de foto met zijn ogen had gemaakt, waarna deze als in een kapot polaroidtoestel was blijven steken. Ook nu dacht hij dat hij zich maar verbeeldde dat ze daar zat. Maar ze was het wel degelijk en tot zijn schrik wenkte ze hem. Hij wist niet of hij weg moest rennen of naar haar toe lopen, maar hij besloot dat hij niets te verliezen had en liep het terras op.

*

Ze had hem herkend aan de manier waarop hij naar haar keek. Hij stond daar net zo stil en verwonderd als twee dagen geleden. Ze was nieuwsgierig naar deze jongen. Wie loopt er nou in zijn eentje op het strand om foto’s te maken van blote vrouwen? Dat was toch verschrikkelijk sneu? Maakte hij vaker foto’s van vrouwen? In dat geval moest hij toch allang een keer in elkaar geslagen zijn. Haar vriend Pieter was niet zo’n held, maar als hij een ander had getroffen, haar ex Richard bijvoorbeeld, dan had hij hier nu niet gestaan. Ze lachte naar hem. Hij keek onnozel terug en maakte aanstalten om weg lopen. Ze gebaarde snel dat hij erbij moest komen zitten en na zichtbaar twijfelen liep hij naar haar toe.
               ‘Zo,’ zei ze, ‘jou heb ik eerder gezien.’
               Hij knikte alsof ze hem terecht had gewezen. Hij zou straf krijgen en hij wist dat hij het verdiende.
               ‘Nou moet je niet zo beteuterd kijken. Kom er gezellig bijzitten. Daar is een stoel.’
               ‘Is je vriend er niet?’
               ‘Nee, we hadden een beetje ruzie vandaag, dus je komt eigenlijk wel gelegen. Ik heb wel zin om tegen iemand aan te klagen.’

Ze vond hem leuk. Hij was zo anders dan haar vriend, dat het hem bijna aantrekkelijk maakte. Ze hield van nijlpaarden vanwege hun lelijkheid. Op dezelfde manier hield ze van deze jongen, die tot overmaat van ramp ook nog eens Arie heette. Hij was aantrekkelijk júist vanwege die dikke kop en dat stekelige rode haar, vanwege dat akelige neusje dat nauwelijks het gewicht van de zonnebil kon dragen. Maar waar ze het meeste van hield, was de manier waarop hij naar haar keek. Op haar verzoek had hij zijn zonnebril afgezet en zijn kleine blauwe oogjes keken zo blij en bewonderend, dat het was of ze in een anti-lachspiegel keek, waarin ze zichzelf zag weerspiegeld als de mooiste vrouw van de wereld. Deze jongen zou alles voor haar doen, zij was het beste dat hem kon overkomen, alleen door er te zijn, zou zij hem al gelukkig maken. Als Arie net als haar vriend een spiegel zou plaatsen achter het bed dan zou het zijn omdat hij anders niet zou geloven dat híj het was die daar verstrengeld met haar op de lakens lag.
               Als zij met Pieter uitging dan wist iedereen dat ze bij elkaar hoorden. Het klopte gewoon. ‘We zitten in dezelfde league,’ had Pieter eens gezegd. ‘Twee mooie mensen…’ Dichter bij een compliment was hij nooit gekomen. Hij vond zichzelf aantrekkelijk en zij, ‘zij mocht er ook wezen’.
               Arie zat in een andere league, een lepra-eiland waar gezonde mensen niet kwamen.
               ‘Je bent de mooiste vrouw die ik ooit heb gezien,’ zei Arie. ‘Sorry, je hoort dat waarschijnlijk elke dag.’ Hij bloosde.
               Ze voelde haar ogen vochtig worden. Het was een echt compliment, Arie meende het. Het was geen versiertruc, hij wist zelf ook wel dat hij geen kans maakte. Ze keek hem aan. Zijn ogen glommen alsof hij koorts had, zijn voorhoofd was vochtig van het zweet, zijn neusje was vettig. Ze besloot dat hij voor één keer een dag in haar league door mocht brengen, zoals Assepoester een avondje mee mocht naar het bal.
               ‘Kom,’ zei ze. ‘Laat me eens zien waar jij je nachten doorbrengt.’

*

‘Hoe heet ze eigenlijk, Arie?’
               ‘Ja, die vakantieliefde van je, hoe heet ze ook alweer?’
               De sfeer was melig geworden. Niemand maakte er langer een geheim van dat ze hem niet geloofden.
               ‘Hoeveel heb je eigenlijk moeten betalen voor die foto?’
               Arie zuchtte. Hij had nog niet eens de kans gekregen om te vertellen wat er was gebeurd. Hij besloot het zo te laten. Ze zouden hem toch niet geloven.
               Volgende week zouden ze het zelf wel zien. Zijn vakantieliefde had gezegd dat ze bij hem op bezoek zou komen. Hij zag ernaar uit, al was het maar om te bewijzen dat hij niet langer Arie lariekoek was.
               ‘Yo soy un gringo fantástico,’ zei hij. Hij pakte de foto van de tafel en met een glimlach stopte hij hem bij de andere.

terug naar Verhalen